Welkom

Welkom op de weblog van groep 4a van de Karel Eykmanschool uit Amstelveen. Wij gaan twee weken lang werken over 'Vliegen in de lucht'. Hierbij komt aan bod: vogels, vlinders, libelles, luchtballonnen, vliegtuigen, helikopters, ruimtevaart en een stukje geschiedenis. Op deze website kun je volgen wat wij in de klas met de kinderen in het kader van dit thema doen. Door op een van de dagen onder "categorieën" te klikken, zie je meteen wat we die dag gedaan hebben. Reacties zijn altijd welkom. Klik op "reactie" onderaan de tekst en je kunt een bericht typen.

Marloes063.jpg picture by MPieper81

Muurkrant maken

Vandaag is het de beurt aan de kinderen om een onderwerp te kiezen en erover te schrijven, te tekenen en plaatjes op te plakken. Wat heeft het meeste indruk op je gemaakt? Wat vond je het leukste? Veel kinderen hadden van thuis al plaatjes ( en zelfs een enkele foto ) meegenomen en juf had hier en daar ook wat plaatjes over.

Wat zijn de gekozen onderwerpen? VLINDERS, VOGELS, VLIEGTUIGEN, HELIKOPTERS, SPACESHUTTLES, RAKETTEN en andere RUIMTESCHEPEN. En natuurlijk veel aan elkaar laten zien, erover praten en in een boek opzoeken als je het niet meer zo goed weet! Als u ze wilt bekijken, moet u naar de presentatieavond komen!

Ondertussen hebben de kinderen ook twee filmpjes van schooltv/beeldbank gezien; de eerste over hoe lucht een vliegtuig op laat stijgen en de tweede over het eerste passagiersvliegtuig van de KLM 'de Uiver'. Deze filmpjes zijn ook gelinkt aan onze weblog.

Ruimteschip maken

Gister hebben we van alles geleerd over ruimteschepen. Hoog tijd om vandaag zelf een ruimteschip te maken. Eerst even het geheugen opfrissen: hoe zit een raket ook alweer in elkaar. Hij bestaat uit meerdere trappen. Dus maken wij ook een raket die bestaat uit meerdere trappen. Oké juf, leuk bedacht, maar hoe gaan we dat maken van één pringels chipskoker? Tsja, daar mogen jullie zelf een oplossing voor verzinnen. Er is genoeg materiaal om dit op te lossen. En kijk hieronder hoe dit is opgelost.
Marloes018-1.jpg

Maar er mocht ook een space shuttle of satelliet gemaakt worden.

Marloes017.jpg

Kom donderdagavond naar de presentatie om ze allemaal uitgebreid te bekijken.

Marloes019.jpg

 

Ruimteschepen

Vandaag hebben we een landing gemaakt op de maan! Daar zijn we gekomen met een raket. Honderden jaren geleden zijn in China raketten uitgevonden. Deze werden gebruikt om vuurwerk en wapens te lanceren. Deze waren nog niet krachtig genoeg om in de ruimte te komen.
4 oktober 1957 ging de eerste raket de ruimte in. Dit was een Russische satelliet genaamd Spoetnik 1.

In de Spoetnik 1 was geen bemanning. Deze satelliet bleef 92 dagen rond de aarde draaien en verbrandde in de dampkring.
Maar wat zijn satellieten eigenlijk?
Satellieten verzamelen signalen van de aarde en uit de ruimte en sturen die naar grote schotels op de grond. Dankzij deze signalen kunnen piloten en zeelui beter de weg vinden, telefoonverkeer en radio- en televisieprogramma's worden doorgegeven. Maar ook kan hiermee het weer, bosbranden of vervuiling in de gaten gehouden worden.

November 1957 ging de eerste bemande raket de ruimte in. De bemanning bestond uit de Russische hond Laika. Helaas overleefde Laika de reis niet.

Tijdens deze reis kwamen we achter veel dingen die nog aangepast moesten worden, voordat mensen de ruimte in konden gaan. Er werd van alles aangepast en toen....op 12 april 1961 ging de Russische majoor Joeri Gagarin als eerste mens de ruimte in.
Zijn ruimteschip, de Wostok 1, vloog een rondje om de aarde. Daarna kwam hij veilig op aarde weer terecht.

Op 20 juli 1969 was de Amerikaan Neil Armstrong de eerste mens op de maan. Hij vloog in de Apollo 11 met Michael Collins en Buzz Aldrin naar de maan. Ze plantten een Amerikaanse vlag en verzamelden stenen en stof.

Hoe werkt een raket?
Door verbranding van brandstof verlaten hete gassen de achterkant van een raket en duwen die vooruit. Omdat raketten veel brandstof gebruiken, worden ze in stukken (dat wordt trappen genoemd) gebouwd. Wanneer een trap leeg is, wordt hij losgekoppeld en weggegooid. Een raket kan dus uit 3 of 5 verschillende trappen bestaan. Wanneer al deze trappen leeg zijn en losgekoppeld zijn, blijft er een heel licht ruimteschip over die een baan rond de aarde vindt. Een raket wordt maar één keer gebruikt en is dus heel duur. Gelukkig zijn er ook ruimteschepen die opnieuw worden gebruikt. Dat zijn space shuttles. De space shuttle is een vliegtuig dat aan grote tanks en pijpen met brandstof vast zit. De tanks en pijpen worden zodra ze leeg zijn, weggegooid in de ruimte, maar de shuttle(vliegtuig) keert heel terug op aarde.

Vliegtuig knutselen

Vandaag hebben we ons eigen vliegtuig geknutseld. We hebben aan de romp gedacht, de neus van het vliegtuig, de vleugels, de staart en de kleine staartvleugels. Materiaal: platte doosjes, aluminiumfolie,  lollystokjes, kurken en gekleurd stickerpapier. De kinderen hebben hun fantasie de vrije loop gelaten. Nu maar wachten tot de lijm droog is!! Er zijn zeer snelle vliegtuigen, allerlei zweefvliegtuigen, helikopterachtige modellen en een heuse verkeerstoren te voorschijn gekomen!

Marloes014-kopie.jpg picture by MPieper81

Vogelveren bekijken, luchtballon afmaken en helikoptertje

Met behulp van heuse vogelveren hebben we het opdrachtenblad van de vogels gemaakt. Wat is de kleur van je veer? Hoe voelt hij? Is hij licht of zwaar? Kun je de veer overal buigen? Toen hebben we de veer heel mooi nagetekend.

 

Daarna was de beurt aan het afmaken van de luchtballon. Gaatjes maken in de ballon en in het mandje en met draden aan elkaar bevestigen. Dat lijkt een simpele klus, maar hoe maak je een stevige knoop? En welke draad van het mandje komt in welk gaatje van de ballon zodat niet alles in de war komt?! Gelukkig hebben de juffen ook een handje geholpen! En het resultaat mag er zijn! Ze bungelen nu allemaal gezellig aan het plafond! Komt dat zien!

Marloes013-kopie.jpg picture by MPieper81

Als afsluiting hebben we nog een mini helikoptertje geknipt. Staande op onze stoel hebben we hem recht naar beneden laten vallen. En ja hoor, de twee bladen gingen ronddraaiend naar beneden. Wat een leuk gezicht! Om niet genoeg van te krijgen!

 

 

 

 

Geschiedenis van de luchtvaart

De Amerikaanse broers Wright wonen met hun familie in Dayton, Ohio. Als ze naar school gaan, lezen ze van alles over techniek en knutselen vaak thuis. Eerst houden ze zich bezig met druktechniek en richten een eigen drukkerij op. Daarna houden ze zich bezig met de fiets. Er komt een nieuw model fiets met twee even grote wielen op de markt, wat razend populair wordt. De broers repareren en verhuren fietsen en verkopen nieuwe fietsen van hun eigen merk. Als er steeds meer fietsenwinkels komen en ze niet meer zoveel verdienen, besluiten ze om te proberen een vliegend toestel te bouwen met vleugels en een motor. Dat heeft nog nooit iemand voor hen gepresteerd! Het toestel moet kunnen vliegen zonder hete luchtballon of ballon met gas. Daarnaast moet er een piloot in zitten

!

Ze bekijken vooral hoe vogels in balans blijven als ze door een windstoot hun evenwicht kwijtraken. Op die manier komen ze op het idee om de uiteinden van de  vleugels van hun vliegtoestel te buigen, zodat ze windstoten kunnen opvangen. Dit is dus een soort besturing. Ze experimenteren op het strand bij het dorpje Kitty Hawk in de staat North Carolina. Ze kiezen deze plaats uit omdat daar altijd wind is, waar ze gebruik van kunnen maken. Ze bouwen ook een windtunnel om allerlei vleugelmodellen uit te proberen! Op donderdagmorgen 17 december 1903 is het eindelijk zover: hun vliegtoestel die ze Flyer noemen, komt op een hoogte van 3 meter van de grond en vliegt 30 meter ver  Daarna proberen ze steeds verder te vliegen! Hun piloot ligt languit op de onderste vleugel naast de motor en hij kan zijn lichaam wat verschuiven om zo het vliegtuig in evenwicht te houden.

Na de broers Wright worden steeds meer vliegtuigen gebouwd en al in 1909 vliegt Bleriot, een Franse piloot, over zee van Frankrijk naar Engeland!

In 1926 vliegen mensen de hele wereld rond en in 1927 doet Charles Lindbergh er 33 uur over om van Parijs naar New York te vliegen helemaal over de Atlantische Oceaan!

In 1940 hebben we de eerste helikopter en enorme straalvliegtuigen vliegen nu de hele wereld rond overal naar toe!

 

Verder hebben we in de klas nog gesproken over het feit dat vliegen te maken heeft met luchtdrukverschil. Vliegtuigvleugels hebben een speciale vorm: de bovenkant is bol, de onderkant is vlak. Daardoor moet de lucht langs de bovenkant een langere weg afleggen dan aan de onderkant en zal zich daarom langs de bovenkant sneller verplaatsen. Dit heeft tot gevolg dat de luchtdruk aan de bovenkant lager is en zo ontstaat een opwaartse druk. Het vliegtuig moet dan wel snelheid hebben en die wordt opgebracht door propellors en straalmotoren. Pas bij een bepaalde snelheid kan het vliegtuig van de grond komen. In de achterkant van de vleugels zitten kleppen. Hiermee en met het richtingsroer in de rechtopstaande staart kan het vliegtuig manoevreren. Het hoogteroer zit in de kleine vleugel op de staart.

Er bestaan ook verschillende vleugelvormen en maten. Elk type past bij een bepaald soort vliegtuig. Lange, rechte vleugels zijn voor zweefvliegtuigen en voor trage vrachtvliegtuigen. Straalvliegtuigen hebben pijlvleugels om hun snelheid te verhogen. Driehoekige vleugels ( deltavleugels ) geven nog meer snelheid.

 

Vroeger waren er zuigermotoren met propellors. Nu worden er straalmotoren gebruikt. Er zijn veel soorten van vliegtuigen: vrachtvliegtuigen, blusvliegtuigen, sproeivliegtuigen, watervliegtuigen ( vroeger vliegboten ), gevechtsvliegtuigen, zweefvliegtuigen en passagiersvliegtuigen.

We hebben in de klas veel verteld, platen bekeken en het boekje met informatie over vliegtuigen en kleurplaten rondgedeeld. De kinderen begonnen meteen enthousiast te kleuren!

 

Luchtschepen

Afgelopen 2 dagen stonden in het teken van luchtschepen.
In 1670 ontwierp Francesco de Lana-Terzi het eerste luchtschip. Hij tekende een zeilboot met 4 vacuüm stalen bollen. Zijn ontwerp is bij een ontwerp gebleven en is nooit gebouwd.

Iets meer dan honderd jaar later, in 1783, is de eerste luchtballon uitgevonden door de gebroeders Montgolfiers. Deze Franse broers werkten in een papierfabriek. Nadat ze een paar papiersnippers in de oven gooiden en zagen dat de snippers omhoog vlogen, kregen zij het idee om een heteluchtballon te maken.
De eerste ballon ging op 4 april 1783 de lucht in en vloog 2 meter boven de grond en kwam 2 kilometer verder weer op de grond terecht. Tijdens deze eerste vlucht was er niemand aan boord. In september 1783 ging de eerste heteluchtballon de lucht in met bemanning; een schaap, een haan en een eend. En uiteindelijk in november 1783 ging er een heteluchtballon de lucht in met mensen.

 

In dat zelfde jaar maakte Professor Jacques Charles een luchtIballon met waterstof.
Maar omdat je een luchtballon zo moeilijk kan besturen, werden er nieuwe, gestroomlijnde modellen ontworpen. In 1852 ontwierp Henri Giffard een ovale luchtzak met waterstof. Eronder hing een kleine stoommachine en een propeller.

Het ontwerp van Giffard werd gebruikt voor de zeppelins. De grootste zeppelin is de Hindenburg. Deze werd gemaakt in 1935 en had 25 slaapkamers. Maar de zeppelins waren niet zonder gevaar. De enorm grote ballon is namelijk gevuld met waterstof. En dit is ontzettend vlambaar. In 1937 is de Hindenburg in vlammen opgegaan.

hindenburg

 

 

 

 


Maar hoe werkt een luchtballon eigenlijk?
Hete lucht wil altijd naar boven toe. Door de brander onder de ballon aan te zetten, komt er warme lucht in de ballon. Deze warme lucht wil omhoog en gaat naar de top. Doordat de ballon van luchtdichte stof is gemaakt, stoot de hete lucht tegen de zak aan en daardoor gaat de ballon omhoog. Als de hete lucht afkoelt, dan gaat de ballon weer omlaag. Helaas zit er geen stuur op een luchtballon, dus word je door de wind meegevoerd.

In de klas hebben we zelf ook een luchtballon gemaakt. Deze hebben we gemaakt van papiermaché.
Eerst hebben we een ballon opgeblazen en eigenlijk was het nog best wel lastig om er een knoopje in te leggen. Gelukkig waren er een aantal kinderen die dat goed konden. Daarna hebben we kranten in reepjes en stukjes gescheurd. En toen kwam het vieze werk...van de juf moest er met je handen plaksel op de ballon gesmeerd worden en daarna de stukjes krant erop plakken. Alleen het tuitje moest vrij gehouden worden, maar de rest van de ballon moest helemaal bedekt zijn met kranten. Wat een kliederboel, maar gelukkig is de plaksel zo af te wassen met water.

Marloes011.jpg

Toen moesten de ballonnen een nachtje drogen. Aan een touwtje in de klas hingen alle ballonnen. Goed uitkijken dat je er niet onderdoor loopt, want hier en daar kwam er een druppeltje naar beneden.
De volgende dag waren de ballonnen goed opgedroogd. Tijd om ze een mooi kleurtje te geven. Echte luchtballonnen zien er altijd leuk gekleurd uit en hebben vaak de mooiste figuren erop. De kinderen mochten nu zelf een ontwerp maken voor hun ballon.

Marloes013.jpg

En dat is goed gelukt. Ook hebben we een mandje van papier erbij gemaakt die eronder komt te hangen. Nu hangen de mooi gekleurde ballonnen te drogen.
Ondanks de opgestroopte mouwen en vele waarschuwingen van de juf is er hier en daar toch een klein ongelukje gebeurd. Maar geen nood...de verf is op waterbasis. Dus jongens en meiden, gooi je shirt maar in de was!

Marloes018.jpg

Lees verder...

Zweefvliegtuigen en thermiek

Het eerste zweefvliegtuig werd door Otto Lilienthal gebouwd. Hij had heel goed naar de vogels gekeken. Door van een heuvel af te springen, kon hij korte vluchten maken. Hij maakte meer dan 2000 vluchten met zijn zelf ontworpen zweefvliegtuig!

Tegenwoordig zijn er ook mensen die graag gaan zweefvliegen. Zo'n vliegtuig kan op drie manieren starten. Bij de lierstart wordt een motor op een vrachtwagen of getrokken onderstel gebruikt. Het vliegtuig bereikt dan in zeer korte tijd een hoge snelheid. Bij de sleepstart sleept een sleepvliegtuig  het zweefvliegtuig met een touw achter zich aan. Als het zweefvliegtuig op de juiste hoogte is, wordt de lijn losgekoppeld. De laatste manier is de zelfstart; het zweefvliegtuig heeft dan ook een motor in de cockpit om op de goede hoogte te komen.

Een zweefvliegtuig maakt gebruik van thermiek ( warme luchtstromen of een warme luchtbel ). Thermiek ontstaat wanneer de aarde op sommige plaatsen meer verwarmd wordt door de zon dan op andere plaatsen. Als een piloot wil weten waar hij  kan zweefvliegen, kijkt hij  naar de vogels die ook van thermiek gebruik maken. Ook kan hij kijken naar de wolken. Bij hellingen ( in ons land bij de duinen aan de Noordzeekust) kan er sprake zijn van hellingstijgwind waar een zweeftoestel ook gebruik van zou kunnen maken.

We hebben in de klas ook zweefvliegtuigjes gemaakt die de kinderen natuurlijk hebben uitgeprobeerd! Sommige kwamen echt heel ver!!

 

 

Lees verder...

Icarus, Leonardo da Vinci en tekeningen maken

De vader van Icarus had een heel goed plan bedacht om van een eiland te ontsnappen waar de koning hun alle twee gevangen hield. Hij maakte met behulp van was grote veren aan hun armen en schouders vast. Zo hadden ze mooie vleugels om mee te vliegen! Wonderwel lukte het plan en samen vlogen ze weg naar het vasteland. Zijn vader waarschuwde Icarus om niet te laag ( want dan kon hij in zee vallen ) en ook niet te hoog te vliegen omdat de was door de warme zon kon smelten. Die domme Icarus luisterde niet goed naar zijn vader en wilde wel eens weten hoe hoog hij wel kon. En ..... je raadt het al: de was ging smelten, de veren lieten los en... hij viel naar beneden in de diepe zee!

Leonardo da Vinci was een groot kunstenaar die ook prachtige tekeningen kon maken van vliegtoestellen die hij zelf bedacht had. Of die toestellen ook ooit gemaakt en gebruikt werden, weten we niet, maar zeker is, dat hij zijn tijd ver vooruit was!

 

Met behulp van lichtblauw papier ( de lucht ) en wasco hebben de kinderen verschillende mooie dingen getekend: vlinders, Icarus en een eigen ontwerp van een vliegtoestel. De resultaten zijn in de klas te bewonderen! Wat een fantasie!!

Marloes079.jpg

 

Marloes080.jpg picture by MPieper81

Daarna hebben ze zich enthousiast in de vele boeken gestort die de bibliotheek heeft aangeleverd!

Vogels, vlinders en libellen

Wat is een vogel? Dat is een vliegend dier met veren. Het oudste vogelfossiel is de Archaeopteryx; een mix van een kleine vleesetende dinosaurus en een vogel. Hij had veren, tanden, klauwen en een benige staart en leefde 150 miljoen jaar geleden.

Wat opvalt aan de vogel  is zijn gestroomlijnde vorm, sterke borstspieren, armpennen en kleine en grote slagpennen. De botten zitten vol met holtes zodat ze heel licht van gewicht zijn  en de vliegspieren zijn groot en reuzesterk. Die hebben nogal veel zuurstof nodig en daarom heeft de vogel speciale longen.

Vleugels werken het best als de lucht er snel overheen stroomt. Langzaam vliegende vogels zoals adelaars zweven op de thermiek en spreiden de veren aan de punten van hun vleugels. Thermiek zijn warme luchtstromen die omhoog gaan en waarop de vogel zich laat 'drijven'. Een vogel moet zijn veren altijd goed verzorgen.

De meeste vogels hebben vooral moeite met opstijgen. Ze moeten eerst op snelheid komen en zijn dan afhankelijk van hun spierkracht. Een zwaan bijvoorbeeld moet uit alle macht sprinten om de zwaartekracht te overwinnen. Daarbij gebruikt hij het wateroppervlak als startbaan.

Landen vraagt ook wel wat handigheid. Om vaart te minderen zetten vogels hun vleugels wat meer rechtop en laten ze hun staart zakken.Watervogels gebruiken bij het landen hun voeten als remmen!

Een vlinder heeft vier vleugels. Als hij van bloem tot bloem fladdert gaan zijn vleugels heel snel op en neer. Als de vlinder gaat slapen, vouwt hij de vleugels  als een dakje tegen elkaar!

Een libelle heeft ook vier prachtige glanzende vleugels die wel van gaas lijken. Met die vleugels kan ze niet alleen snel vliegen, maar ook stilstaan in de lucht en achteruit vliegen! Haar vleugels bewegen dan heel erg vlug. Het is net een helikopter!

Start Project Vliegen

Vandaag zijn we met het project gestart. De juf had een opgezette sperwer meegenomen met gespreide vleugels. Zo konden we alle veren goed bekijken. Het was net of hij zo weg kon vliegen!

Daarna hebben we over vogels, vlinders en libellen verteld, gelezen  en platen bekeken. Wat weten de kinderen  al veel over deze dieren!

De houten Niels Holgerson op de gans laat heel goed zien hoe vleugels kunnen flappen! Wie heeft er echte veren voor ons die we kunnen bekijken?